Afzet eindproducten uit mestverwerking

In dit hoofdstuk vindt u de regelgeving over afzet van eindproducten uit mestverwerking terug, dit per niveau van bevoegdheid.

Al deze informatie kan u ook terugvinden in de VCM-brochure: Overzicht wetgeving bij afzet eindproducten van mestbe- en verwerking. Alle bijlages aan deze brochure kan u terugvinden in de Bibliotheek.

Daarnaast vindt u informatie terug over alle regelgeving voor afzet van mestproducten naar Frankrijk, Duitsland en niet-EU-landen.

De Vlaamse wetgeving

Afzet naar tuinen, parken en plantsoenen

Niet alle mestproducten mogen afgezet worden in tuinen, parken en plantsoenen. Enkel stalmest, champost, kunstmest, bewerkte mest met een lage stikstofvrijstelling en gehygiëniseerde mestproducten zijn toegelaten. Onbewerkte pluimveemest of dikke fractie van mest kunnen dus niet naar tuinen, parken en plantsoenen worden afgevoerd. Als u het eindproduct zonder mestafzetdocumenten wil afzetten naar tuinen, parken en plantsoenen, moet dit in een apart register bijgehouden worden. Het is belangrijk dat de Mestbank ook die afzet kan opvolgen. Dat kan alleen op basis van een volledig ingevuld register voor kleine mesttransporten.

Afzet dunne fractie na scheiding

Dunne fractie van varkensmest mag als derogatiemest op derogatiepercelen gebracht worden, indien het aan een bepaalde samenstelling voldoet. Meer informatie alsook de voorwaarden vindt u op de website van VLM-Mestbank.

Het vroegere dunne fractie attest is niet meer nodig.

Afzet eindproduct afkomstig van co-verwerking

De eindproducten van een mestbe- of verwerkingsproces, waarbij enkel dierlijke mest wordt ingebracht, worden in Vlaanderen niet beschouwd als een afvalstof waarop het Vlarema (Vlaams Reglement inzake Afvalvoorkoming en -beheer) van toepassing is.

Een inrichting voor de co-verwerking van mest en afvalstoffen (organisch biologisch afval) is naast een mestbe- of verwerking ook een inrichting voor de verwerking van afvalstoffen. De eindstromen die deze installatie opleveren, zijn bijgevolg afvalstoffen. Afvalstoffen kunnen, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden, erkend worden als grondstof waardoor gebruik als meststof of bodemverbeterend middel mogelijk wordt.

Wanneer de afvalstof (eindproduct co-verwerking) opgenomen is in de lijst van bijlage 2.2. van het VLAREMA en als voldaan is aan de voorwaarden inzake samenstelling wordt het een grondstof. In deze lijst zijn verschillende afdelingen opgenomen. De afdeling van toepassing voor de co-verwerking van mest en organisch biologisch afval is 'het gebruik van meststof of bodemverbeterend middel' (bijlage 2.3.1 van VLAREMA).

Procedure erkenning als grondstof

Indien een afvalstof vermeld staat op de lijst van materialen die in aanmerking komen voor gebruik als grondstof (Bijlage 2.2. van het VLAREMA) worden die minstens éénmaal per jaar bemonsterd door een labo erkend door de OVAM.

Voor materialen die niet op de lijst van bijlage 2.2. voorkomen, moet altijd een grondstofverklaring worden aangevraagd.

Sinds maart 2018 is VLARMEA 6 in voege. Daarin werd de parameterlijst en bijhorende normen voor grondstoffen, bestemd voor gebruik als meststof of bodemverbeterend middel (Bijlage 2.3.1.) gewijzigd.

Ook werd door OVAM een gedeeltelijke vrijstelling toegestaan van analyseparameters (=VLAREMA6 beperkt) op eindproducten én inputstromen van compostering en vergisting, aan bedrijven met een geldig en volwaardig keuringsattest.

Door beide wijzigingen onderscheiden we dus 2 parameterpakketten:

Pakket 'VLAREMA 6': 8 zware metalen, minerale olie (GC-FID), 16 PAK's, hogere chloorbenzenen (tetra, penta en hexaClbenzenen) en PCB's incl. verzeping.

Pakket 'VLAREMA 6 beperkt': 8 zware metalen, minerale olie (GC-FID), 16 PAK's incl. verzeping.

Bekijk hier de pakketten voor producten met DS ≥ 2% en de pakketten voor producten met DS ≤ 2%.

In functie van de omstandigheden is een specifiek parameterpakket noodzakelijk.

Voor inputstromen naar composteerinstallatie, vergistingsinstallatie of biomixinstallatie zijn 2 situaties te onderscheiden:

  • Inputstroom gaat rechtstreeks naar een vergister/composteerder zonder geldig volwaardig keuringsattest (geen keuringsattest, tijdelijk keuringsattest, voorlopig keuringsattest) of gaat eerst naar een biomixproducent en vervolgens naar een vergister/composteerder. Ongeacht de risicoklasse moet de analyse worden uitgevoerd op het parameterpakket VLARMEA 6.
  • Inputstroom gaat wel rechtstreeks naar een vergister/composteerder met een geldig volwaardig keuringsattest. Als de inputstroom door de vergister ingedeeld wordt als risico-klasse 2 dan kan de analyse worden uitgevoerd op het parameterpakket VLAREMA 6 beperkt. Indien de vergister de inputstroom indeelt als risico-klasse 3 dan met de analyse worden uitgevoerd op het parameterpakket VLAREMA 6. Op inputstromen van risico-klasse 1 moeten per definitie geen analyses op VLAREMA worden uitgevoerd.

Voor eindproducten (omslagpunt afvalstof naar grondstof) zijn 2 situaties te onderscheiden:

  • de producent (composteer- of vergistingsinstallatie) beschikt niet over een geldig volwaardig keuringsattest (geen keuringsattest, tijdelijk keuringsattest, voorlopig keuringsattest) of de grondstof gaat rechtstreeks naar de landbouw: dan moet de analyse worden uitgevoerd op het parameterpakket VLAREMA 6.
  • als producent (composteer- of vergistingsinstallatie) wel beschikt over een geldig volwaardig keuringsattest: dan mag de analyse worden uitgevoerd op het parameterpakket VLAREMA 6 beperkt.

Er is wel een overgangsregeling van toepassing. De grondstoffen bestemd voor gebruik als meststof of bodemverbeterend middel waarvan de totaalconcentratie aan arseen, chroom, kwik en PCB niet voldoet aan de verstrengde normwaarden, of waarvan de totaalconcentratie van de nieuwe parameters (6 extra PAK's, zijnde: acenafteen, acenaftyleen, antraceen, dibenzo(a,h)antraceen, fluoreen en pyreen) niet voldoet aan de nieuwe normwaarden of nog niet werd bepaald (staalname voor 5 maart 2018), blijven het statuut grondstof behouden gedurende een jaar na de inwerkingtreding van dit besluit.

Dit geldt ook voor de VLAREMA-analyses van inputstromen voor verwerking via compostering of vergisting, waarvan het analyserapport dateert van voor 5 maart 2018. Deze inputstromen waren immers VLAREMA-conform op het ogenblik van de rapportering door het labo, en werden afgetoetst aan de geldende wettelijke normen op dat ogenblik.

Sinds het in voege gaan van de nieuwe VLAREMA 6 (maart 2018) moet een aanvraag van een grondstofverklaring gebeuren via een webloket. De behandelingstermijn door OVAM wordt verminderd van 45 naar 30 dagen na ontvangst van een volledige aanvraag. De grondstofverklaringen zijn beschikbaar in het webloket.

Indien er een ontheffing wordt aangevraagd volgens het KB 28/01/2013 voor het eindproduct afkomstig van een co-verwerking, en er wordt volgens het VLAREMA een grondstofverklaring vereist, dan moet deze bij de ontheffingsaanvraag worden gevoegd.

Keuringsattest

Van zodra organisch-biologische afvalstoffen worden gebruikt in een biologische verwerking voor de productie van meststoffen of bodemverbeterende middelen is er in plaats van een grondstofverklaring een keuringsattest voor deze eindproducten (bv. compost of digestaat) vereist. Dit keuringsattest geeft bijkomende garanties aan de afnemer op niveau van het product zelf, alsook het productieproces.

Vlaco vzw, is erkend om deze keuringsattesten uit te reiken. Sinds augustus 2013 is SGS Belgium nv ook erkend als keuringsinstelling.