Installaties voor mestverwerking kunnen zowel ingeplant worden in agrarisch gebied als op bedrijventerreinen. Het richtkader voor de inplanting van installaties voor mestbehandeling en vergisting in Vlaanderen is de omzendbrief RO/2006/01. Nieuwe installaties van maximaal 60.000 ton kunnen onder bepaalde voorwaarden ingeplant worden in agrarisch gebied, al dan niet gebonden aan één enkel bedrijf:
De inplanting van de installatie in agrarisch gebied moet gebeuren met de nodige aandacht voor:
ACTIE VCM Naar aanleiding van de knelpuntennota die VCM in 2015 aan het Kabinet Schauvliege heeft bezorgd, werd goedkeuring gegeven voor update van de 'positieve lijst'. Deze lijst omvat de 40%-andere organisch-biologische stromen die in een agrarische vergister kunnen worden ingenomen. Via input van en aftoetsing met OVAM, Vlaco, FOD en de sector werd deze lijst geüpdatet, rekening houdend met andere bestaande lijsten (FOD-lijst, VLAREMA-erkende stromen). De omzendbrief RO/2016/01 - Vervanging 'Bijlage 1: Positieve lijst' bij de omzendbrief RO/2006/01 werd recent gepubliceerd op de website van Ruimte Vlaanderen. Dit vervangt bijlage1, Positieve lijst, bij omzendbrief RO/2006/01 betreffende het afwegingskader en de randvoorwaarden voor de inplanting van installaties voor mestbehandeling en vergisting. Hierdoor wordt de verwerking van toegestane biomassastromen afgestemd op de huidige marktsituatie. |
Grootschalige mestbehandelings- en vergistingsinstallaties moeten omwille van hun aard, omvang en impact op mobiliteit worden ingeplant op regionale bedrijventerreinen (industriegebieden of specifiek daarvoor voorziene bedrijventerreinen voor afvalverwerking en -recyclage).